|
|
Waar moet je eigenlijk beginnen als je een verslag maakt van een
visvakantie. Bij mij begint zo’n vakantie reeds maanden op voorhand. Het
afrijden van hengelsportwinkels en het verzamelen van allerhande
materiaal, het ene al nuttiger dan het andere, en natuurlijk het maken
van vele onderlijnen, in alle vormen en kleuren. En dan kan het aftellen
beginnen…

Op 16 mei is het dan eindelijk zover. Het inladen van de auto, het
inpakken van het aas en eten voor 2 weken Sotra in de koelbox die
hopelijk gevuld met visfilet terugkomt. Onze groep bestaat uit mijn
vrouw en dochtertje van 1 jaar, mijn vader en moeder, en mezelf.
Aangezien wij de trip naar Hirtshals toch wel een beetje lang
vinden, plannen wij altijd een overnachting in Flensburg, aan de
Duits-Deense grens. Het Grenzmotel in Harislee nabij Flensburg is
daarvoor ideaal gelegen, nog net in Duitsland (we zouden ook in
Denemarken kunnen overnachten, maar dan zou het kostenplaatje
aanzienlijk hoger worden). Zo komen wij uitgerust aan de terminal van
Color Line en vermijd je de stress die samen zou kunnen gaan met
eventuele problemen onderweg door pech en panne, files, … . Toch bleven
we niet gespaard, een trip die normaal zo’n 7 uren in beslag zou nemen,
duurde door het slechte weer en de vele files een dikke 12 uur. Maar een
goede douche en nachtrust doen wonderen. Met een opkomende zon doorheen
Denemarken, langs glooiende goudgele velden en ontelbare watertjes
richting Hirtshals.
Daar aangekomen was het inschepen van de Princesse
Raghnild reeds begonnen, tja als je onderweg uitgebreid ontbijt vergeet
je al eens de tijd. Toch wel indrukwekkend als je zo’n schip
binnenrijdt, maar eens binnen is het toch wel smalletjes, zeker met een
aanhangwagen. Daarna alle benodigde bagage meenemen en de hut opzoeken
welke zich op dek 8 bevond, ideaal gelegen voor een wandeling op het
promenade dek (dek 9). Ruime 4-persoons hut met douche en wc, airco, … .
Uit ervaring wisten we dat als we van het rijkelijk buffet zouden willen
genieten, het raadzaam was om onmiddellijk te reserveren, anders bestond
de kans dat het volledig volzet zou zijn. En blijkbaar was het juist die
dag een Noorse feestdag, heel de boot hing vol met Noorse vlaggetjes en
vele passagiers droegen traditionele kledij. Dit alles zorgde er
natuurlijk voor dat we onmiddellijk in de juiste stemming waren en zo
verliep de overtocht zeer snel en vlot.
Na een goede nachtrust kwamen we vrijdagochtend omstreeks 8u30 aan in
Bergen. Het weer beloofde niet veel goeds, zwaar bewolkt met veel wind
en af en toe een regenbui. Onderweg naar Sotra nog eventjes een
tussenstop in een shopping center om de laatste aankopen te doen.
Eens aangekomen in het haventje van Traelevika, waar we de overzet
moesten maken naar het eiland Vardoy, bleek al dat de overtocht niet
echt gezellig zou worden. Sterke wind, koud (+/- 8°C), regen en hoge
golven zorgden voor een hobbelige overzet. Maar met vereende krachten en
een Honda Quad ging alles zeer vlot. Inge had alvast de kachel
aangestoken, wat natuurlijk al voor de nodige gezelligheid zorgde. De
snekke lag nog steeds in het haventje van Traelevika wegens de harde
wind. Als de wind verminderde, zouden we de boot, die trouwens een
volledige revisie had gekregen, overbrengen. Er zat dus niets anders op
dan rustig uit te pakken en wat te gaan vissen vanaf de kant aan de
achterzijde van het eiland, wat toch een wandeling is van zo’n 20
minuten op een verraderlijk en drassig terrein. Over de vangst die
eerste dag kan ik kort zijn, enkele kleine pollakjes en veel materiaal
verloren. Toen het dan ook nog begon te regenen, hielden we het voor
bekeken en gingen we ons verwarmen aan de kachel met een spelletje Uno.
’s Zaterdags stond er een trip met Ronnie gepland maar het weer
voorspelde niet veel goeds, 6 tot 7 BF met golven van rond de 2 meter.
Verbazing alom toen we te horen kregen dat het toch doorging. De
voorspellingen waren spijtig genoeg correct, veel te hoge golven om
fatsoenlijk te kunnen vissen, wat natuurlijk resulteerde in slechte
vangsten. Gemiddeld 2 vissen per man. Mijn vader was de enige met een
vis van formaat, nl een mooie pollak van zo’n 5 kg. Voor de rest niets
noemenswaardigs. Naar mijn mening hadden we zelfs niet mogen uitvaren en
ging het hier dan ook alleen maar om geldklopperij.

Zondag was het weer wat beter, minder wind en droog, ideaal dus om de
snekke over te brengen en het ruime sop te kiezen. Voor open zee was het
nog een beetje te wild maar tussen de eilandjes kon je redelijk goed
vissen. Hier hebben we dan ook enkel gepilkerd, van 100 gr tot 300 gr,
met als bijvangers Gummi Makk’s, octopussen of veertjes. De vangst
bestond vooral uit koolvis en zeer veel pollak, in alle maten en
gewichten. Pas op, met een spinhengel tot 80 gr of een hengel van 12lb
tot 20lb geeft dit een geweldige sport. ’s Avonds was de wind minder dus
gingen we het nog even proberen rond Tekslo. Resultaat, enkele
gullen/kabeljauwen van zo’n 4 kg die een roodgele pilker met blauwe
veertjes daarboven niet konden weerstaan en natuurlijk de
onvermijdelijke koolvissen.
  
’s Maandags was ongeveer zoals zondag met dit verschil dat in de vroege
namiddag de dieselmotor een raar geluid begon te maken gevolgd door veel
rook en daarna niets meer. Helemaal niets meer, de motor stopte gewoon
op zo’n 30 meter van de rotsen. Aangezien we dan ook in de richting van
de rotsen driftten, zat er niets anders op dan te roeien. Nu ja, roeien,
een beetje wanhopig met die roeispanen staan zwaaien en af en toe een
emmer zeewater op de oververhitte motor gieten. Na enkele minuten was
die dan toch wat afgekoeld en konden we de boot terug starten en tegen
een slakkengangetje naar ons eilandje varen. We hebben dan onmiddellijk
Inge gebeld en die ging zo snel mogelijk langskomen met mecanicien. Nu
bleek dat er een fout zat in een pakking waardoor de motor niet gekoeld
kon worden en oververhit geraakte. Het zou zo snel mogelijk opgelost
worden. In afwachting van de reparatie mochten we de boot van Inge’s
vader gebruiken, een witte polyester boot met een buitenmotor (benzine)
van 50 pk en genoeg plaats voor zo’n 4 vissers, niet slecht voor enkel 2
vissers! En dan nog niet te spreken van de snelheid, jongens wat een
verschil met de dieselsnekke! Er was maar één probleempje, er was geen
fish finder, maar aangezien we een GPS hadden en natuurlijk de
ervaringen van de vorige vistrips, konden we ons wel beredderen. Enig
nadeel is wel dat je het verloop van de bodem niet kan zien, waardoor je
snel materiaal kunt verliezen.
  
De volgende dagen was het weer veelal wisselvallig, zonnige periodes met
af en toe een bui. Er was maar één constante en dat was te veel wind,
dit zorgde voor golven van meer dan 1,5 meter. Over de vangsten konden
we dan weer niet klagen, mooie formaten van vis kwamen boven met af en
toe toch een uitschieter. Koolvis, schelvis, kabeljauw, makreel, pollak,
leng en haring vonden de weg naar onze diepvriezer. Er werd enkel gevist
met pilker, in alle vormen en kleuren, en bijvangers. We hadden zelfs de
indruk dat donkergekleurde pilkers het beste werkten, oa goud-zwart,
rood-zwart en zilver-zwart deden het zeer goed. Daarboven veelal Gummi
Makk’s (rood, wit, blauw, lumi of groen) of deltavisjes (wit, rood of
blauw) die zorgden voor extra vangkansen. De driften gingen meestal van
Tekslo naar de Muur met mooie dieptes van 20 meter tot 100 meter.
Als het weer te slecht was bleven we natuurlijk gezellig binnen, kachel
aansteken en een potje Uno spelen of een dvd bekijken. Gezelligheid
troef !
  
Bij aanvang van onze tweede week zou het weer eindelijk stabiliseren en
beteren. Zonniger, warmer en vooral veel minder wind. Dat is natuurlijk
het moment om ‘buiten’ te gaan vissen, waar de echt grote vissen
rondzwemmen. De havfiskebooms met sleppes (vaak te mooi om in het water
te gooien) werden bovengehaald, aas (makreel) uitgelegd en dan richting
de buitenstekken. Aanvankelijk viste ik met de havfiskeboom en 2
bijvangers (Gummi Makk’s) en mijn vader met een banaanpilker, hierdoor
konden we zien welke het beste zou werken. Mijn vader de spits af beet
met een mooie schelvis en een pracht van een kabeljauw van zo’n 7 kg die
hem een schitterend gevecht opleverde. De diepte werd geschat op zo’n 90
meter, dit is enkel een schatting aangezien wij niet over een fish
finder beschikten. Op de havfiskeboom bleef het echter aan de stille
kant maar ik gaf niet op. Mijn geduld werd beloond met een mooie leng
van 6 kg en later een prachtleng van 8,5 kg. Verder werden nog mooie
pollakken en natuurlijk de onvermijdelijke lommen gevangen. Een mooie
visdag met een leuke portie vis. De dag werd afgesloten met een
overheerlijke maaltijd op de barbecue. Er is een gloednieuwe gasbarbecue
van het merk Weber waarop je versgevangen vis kan grillen.
De volgende dagen waren qua verloop ongeveer identiek, enkel de vangsten
verschilden. De ene dag was de hoofdmoot lom, de andere leng, met af en
toe een leuke pollak, kabeljauw of schelvis. We hebben wel beide verder
gevist met de havfiskebooms zonder bijvangers. Met bijvangers was het
vaak onmogelijk om tot op de bodem te geraken door de grote hoeveelheden
kleine koolvis.

En ’s avonds het vaste ritueel van fileren, in porties snijden, vacuüm
verpakken, een labeltje er op kleven (voor de soort vis) en invriezen.
Op het eind hadden we een koelbox van 120 liter gevuld met zuivere
visfilet.
  
Nog een voordeel van Vardoy is dat je gebruik mag maken van
krabbenfuiken. Enkele stukken makreel of koolvis in de fuik hangen en
uitzetten op een zandbank. Deze vind je door gewoon het water in het oog
te houden, als je plots een lichte plek ziet, betekent dat je een
zanderige bodem hebt. Het is zeer belangrijk de fuik op de zandbank te
plaatsen, lig je ernaast of op zeewier, dan zal je geen krabben vangen.
Na een nachtje kan je de fuik gaan ophalen en met een beetje geluk
zitten er één of meerdere mooie exemplaren in. Wel even opletten voor de
scharen, het is niet verstandig om je vinger er eventjes in te steken,
ook niet met neopreen handschoenen! Dit werd aan den lijve ondervonden!
Daarna de krabben ongeveer 20 minuten in kokend zeewater met een
scheutje witte wijn en dan smullen! Niets is zo lekker als wanneer het
vers uit de zee komt.

Donderdag was Vrouwendag, dwz een bezoekje brengen aan Bergen. Het weer
was goed, dus verliep de overzet zonder noemenswaardige problemen. Een
rit van 45 min en je staat in het centrum van Bergen. De winkelstraten,
het park, de vismarkt en Bryggen zijn zeker een bezoekje waard, met als
afsluiter een restaurantbezoek. De gerechten bestonden uit rendiersteak,
zeewolf, heilbot en hertenmedaillon, allemaal zeer lekker doch prijzig,
maar ja, het is en blijft dan ook Noorwegen. ’s Avonds stond
voornamelijk in het teken van de inpakken en opruim.
Vrijdag was het helaas tijd om afscheid te nemen van Vardoy en Inge.
Alles werd keurig met de quad tot aan de boot gebracht, die voor de
overtocht zou zorgen. Daarna alles terug inladen in de auto en hopen dat
alles erin gaat. Na een korte rit naar Bergen stond de Princesse
Raghnild ons al op te wachten voor inscheping. De hut opzoeken, die
helaas wegens te laat geboekt slechts enkele 1 sterren hutje was met
veel lawaai en zeer weinig ruimte, om daarna, nagenietend en reeds
dromend van de volgende vistrip, toch in te dommelen.
Eén ding is zeker, we komen terug! Er zijn nog vele records te
verbreken!
De gevangen soorten:
Haring
Makreel
Leng
Lom
Kabeljauw
Schelvis
Pollak
Koolvis
Lipvis
Roodbaars
Een tip:
Eet u graag gerookte zalm, bestel deze dan aan zeer democratische
prijzen bij de Sotra Fiske Industrie. Het is vis van superieure
kwaliteit die internationaal al vele prijzen gewonnen heeft. Proef ook
de warm gerookte zalm met verse kruiden, verkrijgbaar in de betere
winkels op Sotra. De producent (Sotra Fiske Industrie) staat op de
verpakking vermeld. Ook de gemarineerde forel met citroen en peper
verdient een vermelding. Al deze soorten zijn bij de fabriek te
bestellen. |
|